De prognose voor de hond onbehandeld is gemiddeld 6-8 weken. Momenteel is de enige werkende behandeling een met chemotherapie.

Behandelprotocollen

Er zijn verschillende protocollen waaruit een eigenaar kan kiezen:

  1. Palliatief prednisolone: overlevingstijd gemiddeld 3-4 maanden.
  2. Palliatief prednisolone en 1-2 injecties asparaginase: dit enzym breekt asparagine in het lichaam af. Hematopoeitische tumoren zijn voor hun asparaginebron afhankelijk van een extracellulaire pool (dit in tegenstelling tot normale cellen: deze kunnen het zelf synthetiseren). Na toediening van asparaginase treedt er massale tumorsterfte op door apoptose (maar niet door tumor lyse zoals bij cytostatica met alle mogelijke complicaties en sterfte). Deze dieren zijn vaak binnen 24u een pak beter en de klieren zijn vaak ook weg. Deze injectie kan 2 keer achter elkaar gegeven worden met een week tussen. Mogelijke complicaties zijn van allergische aard en dus moet de patiënt nog een half uur in de kliniek verblijven alvorens naar huis te mogen. Pancreatitis kan ook optreden.
  3. Doxorubicine: 6x met 3 weken tussentijd: gemiddelde overlevingstijd 8 maanden.
  4. UW-Madison short protocol (‘gouden standaard’): 16 behandelingen verspreid over 19 weken. Korte uitleg: bijna 100% van de dieren bereiken hiermee een complete remissie. Echter zal 90% van de dieren hervallen na stopzetten van de behandeling: dit kan na een maand en dit kan na 2 jaar. De gemiddelde overlevingstijd na behandeling op 1 jaar is 50% en op 2 jaar is 25%.

De hond zal echter niet genezen van deze ziekte. Wij kunnen hooguit een significante verlenging van zijn leven bekomen. Dit komt o.a. door het gebruik van de maximaal tolereerbare dosis ipv de maximaal effectieve dosis: dit is nodig om ons principe van kwaliteit vóór kwantiteit te garanderen.

Stagering

Vóór een eventuele chemotherapie wordt best nog wel een stagering gedaan:

  1. Bloedonderzoek: algemene conditie, hypercalcemie, metabole problemen die aanpassingen vragen van de chemo - dit werd reeds bij jullie gedaan (geen bijzonderheden op te merken).
  2. Rx thorax: longinfiltraties, opzetting tracheobronchiale lnn, opzetting mediastinale lnn (deze laatste is geassocieerd met een slechtere prognose).
  3. Echo abdomen: opzetting abdominale lnn, aantasting lever, milt, nieren.
  4. Histologie lymfeklier: laaggradig (trage evolutie, slechte reaktie op chemo), hooggradig (snel evoluerend, reageert sterk op chemotherapie), B/T-cel differentiatie etc.

Dit gaat echter (met onze huidige behandelingen) meestal geen grote veranderingen brengen in de behandeling, tenzij het om een indolent lymfoma gaat.

Mogelijke complicaties

Mogelijke complicaties van de chemotherapie werden besproken: vnl. leucopenie met koorts en braken en diarree kunnen voorkomen. Haaruitval treedt meestal enkel op bij de zogenaamde ‘trimrassen’ door uitval van de secundaire haren. Bij andere rassen is haaruitval zeer beperkt en is meestal enkel een stop van de haargroei waardoor kaalgeschoren plekken lang kunnen blijven bestaan.